De natuurkundige Freeman Dyson (1923–2020) beargumen­teerde in zijn lezingen van rond de millenniumwisseling dat belangrijke wetenschappelijke ontwikkelingen voortkomen uit de ontwikkeling van nieuwe instrumenten of uit een nieuw paradigma1 . Het eerste wordt uitvoerig beschreven door onder anderen Peter Galison en Lorraine Daston, het tweede door Thomas Kuhn2. De eerste veronderstelling gaat ervan uit dat de ontwikkeling van instrumenten geleidelijke vooruitgang oplevert, als deze instrumenten steeds nauwkeuriger worden. Met regelmaat is er sprake van grote sprongen vooruit, zoals de ontwikkeling van de microscoop of van de anesthesie. Kuhn’s proces van ­‘paradigma verschuiving’ (paradigm shift), een term die inmiddels is ingeburgerd in ons alledaagse taalgebruik, beschrijft de herschikking van eerdere aannames over ­fundamentele concepten. Een goed voorbeeld hiervan is de platentektoniek in de geologie, een theorie voor het eerst gepresenteerd in het begin van de 20e eeuw, maar pas breed geaccepteerd in de jaren vijftig en zestig. Dit bracht drastische veranderingen mee omtrent ons begrip van geologie, biologie, evolutie en fossielen. De kiemtheorie van ziekte is een wetenschappelijk concept uit het einde van de negentiende eeuw met een vergelijkbare impact op ons denken. Brede acceptatie van deze theorie leidde ertoe dat talloze achterhaalde praktijken en zogenaamde algemene wijsheden — waarvan sommige zelfs schadelijk waren voor patiënten — werden verworpen.

Het mechanisme van paradigmaverschuivingen kan verschillend zijn. Kuhn stelt echter dat ze altijd beginnen met een opeenstapeling van afwijkingen, irritante verschijnselen en observaties, die niet lijken te passen in het huidige model. Als eenmaal een aanzienlijk aantal van dit soort uitschieters bestaat, worden er nieuwe theorieën of modellen bedacht om deze te verklaren. Daarmee legt het nieuwe model vaak gebreken in algemeen geaccepteerde ideeën bloot, of tekortkomingen van eerder verzamelde bewijzen die het oude ­regime ondersteunen. Het nieuwe paradigma kan soms zelfs complete gevestigde velden achterhaald verklaren. Hierin ligt de grote uitdaging voor het doorzetten van de verschuiving. In de bestaande modellen is namelijk veel geïnvesteerd, van publicaties tot volledige beroepen en reputaties. Omgekeerd biedt een nieuw paradigma kansen voor nieuwe domeinen. Zoals we bijvoorbeeld hebben gezien bij het Human Genome Project en misschien opnieuw zullen zien bij onderzoeksprojecten zoals Human Connectome en Microbiome.

Ook in de kunstwereld vinden paradigmaverschuivingen en innovaties van instrumenten plaats. Net als in de wetenschap zijn deze ontwikkelingen complex en vaak moeilijk aan te wijzen. Maar de opkomst van bijvoorbeeld fotografie en film is ongetwijfeld te verklaren door nieuwe technieken om licht te registreren. En wat betreft paradigmaverschuivingen; de ontwikkeling van abstractie, surrealisme en pop-art, hebben hun bestaan te danken aan een groep ­kunstenaars die een nieuwe esthetische beeldtaal uitvond, passend bij het tijdsbeeld. De bloei van nieuwe wetenschappelijke paradigma’s werpt nieuw licht op alles wat ervoor kwam. Ze veranderen de manier waarop wij praten, zien en denken. Zoals het Human Genome Project het woord ‘DNA’ introduceerde in onze dagelijkse woordenschat. In de kunst is dit vergelijkbaar met Theo van Doesburg’s tijdschrift De Stijl, dat veranderde hoe mensen tegen het Modernisme aankeken. We kunnen stellen dat zowel kunst als wetenschap de kracht heeft om paradigma­verschuivingen te initiëren.

Zoals Kuhn beschrijft over de wetenschap, ontstaan in de kunstpraktijk eveneens afwijkingen die bestaande modellen en verwachtingen aan het wankelen brengen. Deze nieuwe kunstwerken kunnen aanvankelijk vaak tot verontwaardiging, of soms tot zelfs regelrechte afkeur, leiden. Zoals de ­silhouetten van Kara Walker, die het geweld uit de slavernijperiode uitbeeldde, of John Cage’s drie handelingen in ­stilte, genaamd 4’33”. Van deze werken dacht men eerst, onterecht, dat zij bestonden buiten het intellectuele kader, dat werd gedefinieerd door museumdirecteuren en kunst­critici. Net als de makers van vroege voorbeelden van ­performance kunst of land art, kregen de kunstenaars te maken met afwijzingen. Hun kunst was beschadigend voor het bestaande ecosysteem van galeries en verzamelaars: ­moeilijk te kopen, verkopen of beheren.

Een paradigmaverschuiving in de kunst voltrekt zich niet helemaal volgens de beschrijving van Kuhn. In de wetenschap is namelijk eerst sprake van een crisis, waardoor de vraag naar een nieuw paradigma ontstaat ter vervanging van het vorige. In de kunst publiceren kunstenaars of ­kunstenaarsgroepen wel manifesten die nieuwe richtlijnen bieden, zoals de futuristen of de situationisten, maar hier ontbreken meetbare waarnemingen en formules. Nieuwe richtlijnen in de kunst zijn altijd open voor interpretatie en moeilijk te bewijzen. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de zwaartekrachttheorie of de platentektoniek in de wetenschap. Maar, net als Newtons’ theorie en de kwantumfysica, kunnen verschillende kunststromingen naast elkaar bestaan terwijl zij tegengesteld zijn of gericht op totaal verschillende media, zoals het minimalisme en pop-art. Misschien wel het meest duidelijke voorbeeld van een paradigma­verschuivingen in de kunst is een succesvolle wedergeboorte van ­traditionele thema’s of interpretaties over het verhaal van de mens, verteld in een nieuwe esthetische taal. Om die reden werd Wynton Marsalis geprezen voor zijn jazz interpretatie van klassieke muziek van componisten zoals Haydn of Mozart, is Shakespeare universeel geliefd door zijn gebruik van elementen uit de klassieke mythologie en besteedde Andy Warhol zo veel energie aan het creëren van zijn versie van Het laatste avondmaal naar Leonardo da Vinci.

(UN)REAL, de eerste tentoonstelling van Science Gallery Rotterdam, toont werken die kunnen dienen als prototypes voor een nieuwe esthetische vocabulaire. De beelden, films, en objecten, maar ook de herinterpretaties van kunstwerken wijzen op een paradigmaverschuiving die gaande is. De tentoonstelling heeft bijvoorbeeld een unieke doelstelling. In tegenstelling tot wat je zou verwachten van een museum of traditionele galerie is het doel van Science Gallery namelijk engagement en community building, om de onderliggende wetenschappelijke concepten naar voren te brengen en relaties tussen onderzoek binnen het Erasmus MC en de visies van kunstenaars zichtbaar te maken. De meeste deelnemende kunstenaars zijn geselecteerd via een open call met als thema: de creatieve mogelijkheden van de ruimte tussen ‘de werkelijkheid’ en wat we ‘waarnemen’.

De neuroanatomieles van Dan Lloyd onderzoekt dit gegeven op intrigerende wijze en grijpt tevens terug naar de kunstgeschiedenis. Het kunstwerk confronteert de kijker met de manier waarop ons oog elk moment slechts enkele details opvangt van onze omgeving. De film begint met het herkenbare tafereel van Rembrandt’s Anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp uit 1632. Vervolgens toont de film aan de hand van ­visuele effecten welke informatie ons oog daadwerkelijk ­registreert wanneer een smalle kegel van licht het netvlies bereikt. Wat we zien is een verschuivende focus en vervorming — een verbeelding van het nog ‘rauwe’ zicht, voordat dit door de hersenen wordt verwerkt.

Het werk past bij uitstek in een tentoonstelling in een universitair medisch centrum. Hier vindt dagelijks onderzoek plaats naar neuronen, het oog en het brein. In tegenstelling tot de tijd van Dr. Tulp, die jaarlijks een anatomische les gaf, is het nu niet meer nodig om het lichaam van een ter dood ­veroordeelde misdadiger te gebruiken, dankzij geavanceerde technieken voor medisch beeldvorming (scans) en omdat ­religieuze tradities minder belangrijk zijn geworden in de maatschappij. Het werk kan ook worden gezien als een bevestiging van de zienswijze van de kubisten, zoals Picasso en Braque, die aan het begin van de 20e eeuw hun intuïties over visuele ervaring en de geest verbeeldden. Volgens hen was het zicht gefragmenteerd. Om een portret te maken, wordt de maker van het tweedimensionale beeld gedwongen om te breken met de regels van perspectief en proportie. Ditbeeld is, zoals Dan Lloyd aantoont, een illusie die door onze hersenen wordt gemaakt.

De kunstenaar Ani Liu presenteert een werk dat visuele ervaring benadert vanuit de tijdelijke en cumulatieve dimensies. Zij kijkt naar het gedrag van het oog, dat in de loop van ­miljoenen jaren zo is geëvolueerd dat het aangetrokken wordt tot bepaalde delen van het lichaam. Haar werk Algorithmic Animal Gaze bestaat uit drie lichtbakken. Elk toont een afbeelding van delen van haar eigen lichaam, gesorteerd op het kijkgedrag van het menselijk oog en een algoritme. Hier wordt zichtbaar op welke lichaamsdelen we onze ogen het meest laten rusten: omdat we het ‘interessant’ vinden of als informatie voor de voorspellende functies van onze hersenen.

Opmerkelijk is de gelijkenis tussen de machine en het menselijke oog. Beide neigen namelijk naar ogen, lippen, borsten, vulva, vingers en neus. Deze blikken worden hiërarchisch gesorteerd op de lichtbak, van meest-naar-minst interessant. Het werk nodigt uit om na te denken over de mechanismen in ons hoofd die, bewust of onbewust, onze blikken sturen en signalen geven over onze intenties en aandacht. Het werk is tevens een provocerende kijk op het gebruik van instrumenten als Shannon-fano, een algoritme dat beelden rangschikt. Wat en hoe machines ‘zien’, zal in de toekomst mogelijk ons dagelijks leven bepalen en beïnvloeden. Weinigen van ons ­realiseren zich dat algoritmische dataverwerking gecombineerd wordt met surveillance. Deze techniek vindt steeds meer toepassing in ­steden, werkplekken en huizen, zonder dat daar reflectie of debat aan te pas komen.

Het werk van Charlotte Jarvis heeft eveneens te maken met snelle veranderingen door nieuwe technologie. In Posse presenteert een nieuwe realiteit van menselijke voortplanting, zoals we die kennen sinds de homo sapiens verscheen in de Afrikaanse ­savanne. Zij heeft ‘s werelds eerste vrouwelijke sperma gemaakt, dat in theorie een menselijke eicel kan bevruchten en een levensvatbaar embryo kan produceren. Om de implicaties en mogelijke toepassingen hiervan te kunnen overzien, is het nuttig om te kijken naar de geschiedenis en de manier waarop men dacht over voortplanting: deze opvattingen zijn namelijk ­geworteld in patriarchaal denken.

Door de geschiedenis heen werd sperma vaak gezien als een ­heilige substantie, die ook wel ‘a drop of the brain’ of een ‘levenskracht’ werd genoemd, of zelfs dat ‘wat de zaden oogst voor deugd in de ziel van de vrouw’. In tegenstelling tot de baarmoeder en vagina, die werden gezien als nutteloze lichaams­delen. De vagina werd ook wel schede genoemd, naar het ­uitrustingsstuk waarin het almachtige zwaard wordt bewaard. Een voorkeur voor mannelijke dominantie wordt met dit soort voorbeelden uit ons taalgebruik maar al te duidelijk3. In Posse, de Latijnse term voor het potentieel om te bestaan, is een ­voorstel voor nieuwe voorwaarden rond gender en de genitale machtsbalans. Een krachtig, symbolisch middel om de exclusiviteit rondom sperma als mannelijke substantie op te heffen.

De installatie met het altaar toont het bewijs van dit proces, samen met een reeks voorwerpen en filmmateriaal van rituelen, waarin het oude Griekse festival Thesmophoria wordt nagespeeld. Dit festival vond plaats ter ere van de godin Demeter en haar dochter Persephone en was een viering van de vruchtbaarheid van de vrouw en de agricultuur. Het festival was exclusief toegankelijk voor vrouwen. Jarvis heeft het weinige dat erover bekend is uitgebreid met het begraven van een varkenshoofd, het gebruik van dennentakken en slangachtige en fallische offers.

In samenwerking met Dr. Susana Chuva de Sousa Lopes, onderzoeker aan het Leids Universitair Medisch Centrum, en de Kapelica Gallery in Ljubljana, vormde Jarvis stamcellen uit haar bloed om tot sperma producerende cellen, zoals die voorkomen in de testikels. Deze zijn gecombineerd met zaadplasma gemaakt uit het bloed van verschillende vrouwen. Andere substanties die Jarvis heeft toegevoegd zijn proteïne, fructose, melkzuur en ­cellulose. Samen representeren ze een collectieve daad van verwerping van de hiërarchie.

De wetenschap achter dit project ontwikkelt zich snel. Zeker sinds de prestaties van Shinya Yamanaka, onderzoeker en Nobelprijswinnaar die in 2006 een manier vond om volgroeide cellen te herprogrammeren tot pluripotente stamcellen, cellen die zich kunnen specialiseren tot alle verschillende cellen in het lichaam4. Zijn ontdekking is zeer bruikbaar in de regeneratieve geneeskunde en voor vruchtbaarheidsbehandelingen. Tot deze ontdekking was toegang tot stamcellen beperkt, aangezien zij gebonden waren aan foetaal weefsel. Daarnaast beweegt de wetenschap zich naar een mogelijke toekomst waarin koppels, ongeacht hun gender, een embryo kunnen maken dat het genetische materiaal van beide ouders draagt.

Een belangrijke stap in dit project, waarvoor heeft Chuva de Sousa Lopes een prestigieuze Nederlandse Vici-beurs heeft ontvangen, is het gebruik van CRISPR-Cas9. Deze techniek voor gen-editing maakt het mogelijk om uit de pluripotente stamcellen afkomstig van de kunstenaar mannelijke zaad­cellen te produceren, ondanks het ontbreken van het Y ­chromosoom. De cellen zijn zo aangepast dat de genetische instructies voor vrouwelijke ontwikkeling zijn omgezet in een mannelijke. Het werk is een demonstratie in meerdere lagen van wat mogelijk is wanneer artistieke inzichten en wetenschap samenkomen in cultureel relevante speculatieve ­mogelijkheden getransformeerd tot realiteit.

Twee andere werken tonen eveneens mogelijkheden van de genetica, een wetenschappelijk veld waaraan het onderzoek van het Erasmus MC een belangrijke bijdrage levert. Ze richten zich op de potentiële gevolgen van ontwikkelingen in het biomedisch onderzoek en de biotechnologie op ons dagelijks leven. Ze nodigen ons uit om beter begrip te verwerven van de toepassingen en implicaties. Het eerste werk is Opgroeien in een tijdperk van biohacking van Gavin Vaughan. Hier ­worden denkbare middelen voor lichaamsbewerking en een zogenaamde YouTube ‘unboxing’ video gepresenteerd, om een mogelijke toekomst van lichaamsmodificatie door middel van genetische en hormonale interventies te belichten. Mogelijk zijn deze interventies in de toekomst net zo normaal als een tatoeage of een piercing. De zoektocht naar de eigen identiteit die elke jongvolwassenen meemaakt lijkt al drastisch ­veranderd sinds de komst van internet en de mogelijkheid tot digitale persona’s, maar misschien biedt CRISPR-Cas9 de mogelijkheid om een geheel nieuw ‘zelf’ te creëren.

Het tweede werk met een relatie met de genetica is Food Processor, door Atelier Van Lieshout. Deze sculptuur is een denkbeeldige toekomstboerderij, een zogenaamd utopisch wezen dat mens en machine mengt tot een hybride soort. Het werk kan worden opgevat als oprecht en hoopvol, maar ook als kritisch. Misschien biedt de wetenschap dit soort ­wonderbaarlijke oplossingen om goedkoper eten te produceren voor een steeds drukker bevolkte planeet aarde met steeds schaarsere grondstoffen .. of misschien is het juist een dystopische, kapitalistische nachtmerrie, een uiting van wanhoop die ons waarschuwt voor een toekomst vol onmenselijke creaties gemaakt om onze onverzadigbare behoeften te stillen.

De ruw uitgehouwen sculptuur van Atelier Van Lieshout verankert de tentoonstelling ook in de context van een havenstad gevormd door de kracht van industrie en ondernemers. Rotterdam wordt gekenmerkt door een voortdurende bereidheid om opnieuw te beginnen. De geschiedenis van de stad in de twintigste eeuw vereiste het werken met rauwe materialen, zowel letterlijk als figuurlijk, om een wedergeboorte mogelijk te maken en de ‘werkelijkheid’ heruit te vinden. Misschien is de grond er daarom zo vruchtbaar voor wetenschappelijke en artistieke innovatie. De stad en het universitair medisch centrum hebben hun pionierende mentaliteit met elkaar gemeen en staan beide voor lef.

Deze korte introductie van de kunstwerken die verder worden toegelicht in deze catalogus, is een aanmoediging om de ­tentoonstelling te ervaren als een platform dat uitnodigt om vragen te stellen in plaats van er antwoorden te verwachten. Net als de wetenschap, kunnen de kunstwerken geen absolute zekerheden bieden. Uit de presentaties en de processen die eraan voorafgaan spreekt het besef dat het pad naar de waarheid en de schoonheid vaak omslachtig is. Deze ‘paden’ nemen de vorm aan van dialogen in plaats van uitspraken of verklaringen. Deze tentoonstelling bestaat niet op zichzelf, maar zal weer nieuwe tentoonstellingen voortbrengen, met nieuwe kunstwerken en onverwachte samenwerkingen. Die vormen de basis voor vooruitgang, net als wetenschappelijke kennis en prestaties die Kuhn heeft beschreven.

Als één van de Science Gallery’s die zijn gevestigd aan ­universiteiten in de hele wereld, streeft Science Gallery Rotterdam naar community building en het bespreekbaar maken van wetenschappelijk onderzoek in de samenleving. De kunstwerken, workshops, evenementen en interacties in het programma van Science Gallery dragen bij aan een meer mensgerichte, reflectieve en inclusieve wetenschap. Het ­project (UN)REAL draagt deze waarden uit. De tentoonstelling is een warm welkom voor een nieuwe plek waar wetenschappelijk onderzoek, maatschappij en kunst samenkomen.

Een presentatie als deze kan worden opgevat als een poging een nieuwe beeldtaal te formuleren en biedt esthetische ­ervaringen die dienen als bruggen naar nieuwe concepten en manieren van denken. Door als een chemicus met de ­elementen van die taal te experimenteren kunnen nieuwe moleculen ontstaan. Het was Shakespeare die het woordje ‘un’ toevoegde aan verschillende woorden, waaronder ‘real’. Hij introduceerde hiermee een idee over een woord, dat niet per se een tegenstelling was van het origineel, maar eerder een uitbreiding of verbreding5. Iets ‘onwerkelijk’ noemen, impliceert dat het ‘werkelijke’ niet voldoet aan het complete, complexe karakter van het concept. We hebben baat bij die nieuwe betekenis om nog onvoorstelbare versies van de werkelijkheid te onderzoeken.


  1. Een samenvatting van deze lezingen is gepubliceerd als boek: The Sun, the Genome, and the Internet, Oxford University Press, 1999.  

  2. De volgende boeken zijn handige introducties tot deze concepten: Objectivity, MIT Press, 2007, and The Structure of Scientific Revolutions, ­University of Chicago Press, 1962.  

  3. Voor een analyse van deze kwesties en hoe zij verbonden zijn aan taalgebruik, zie Natalie Angier, Woman, Mariner, 2014. Zie ook Inga Muscio, Cunt. Seal Press, 2018 editie.  

  4. Voor een samenvatting over de betekenis van deze ontwikkeling, zie Megan Scudellari, ‘How iPS cells changed the world.’ Nature News, 15 Juni, 2016. 

  5. Voor meer over de taalinnovaties van Shakespeare, zie het werk van James Shapiro, Columbia University, New York. Onder zijn vele creaties vallen de ­woorden: eyeball, uncomfortable, unaware, undress, unsolicited, unwillingness en uneducated.) 

Bekijk de plattegrond van Science Gallery Rotterdam tentoonstelling (UN)REAL

Plattegrond